| Huilbaby's | huilbaby.com | ||||||||||||||||||||
|
De door deskundigen meest gehanteerde definitie voor een
huilbaby is de zogeheten regel van drie: "het kind huilt meer dan 3
uur per dag voor meer dan 3 dagen per week voor meer dan 3 weken" (Barr,
1999).
Uit Nederlands onderzoek is gebleken dat gemiddeld 13% van de baby's in de leeftijd van 1 tot 6 maanden op minstens één dag in de week meer dan 3 uur huilt. Bij baby's van 1 maand ligt dit percentage op 24% en bij baby's van 3 maanden op 11% (Lucassen e.a., 2002). Bij baby's met een laag geboortegewicht (minder dan 2500 gram) komt veelvuldig huilen meer voor dan bij zwaardere baby's (Brugman e.a., 1999). Veelvuldig huilen komt vooral voor in de eerste 3 maanden, met - net als bij normaal huilen - een piek rond de leeftijd van 6 weken (Rautava e.a., 1993). De verklaring van dit gegeven wordt gezocht in een zekere mate van onrijpheid van het centrale zenuwstelsel. Als gevolg hiervan kan een baby gemakkelijk in een alarmtoestand raken door een veelheid van externe en interne prikkels. Dit verklaart mogelijk dat prematuren relatief meer huilen dan voldragen kinderen.
Overmatig huilen kán een lichamelijke oorzaak hebben. Vooral fysiotherapeuten zijn hier extra alert op. Een vroegtijdige (ostheopatische) behandeling kunnen problemen op latere leeftijd voorkomen. Hoe merkt u aan uw baby dat er sprake is van een moeilijke start?
Het
optreden van mechanische krachten op schedel en het hoge nekgedeelte (bij
een bevalling, maar ook bijvoorbeeld door een val waarbij het hoofd
geraakt wordt) kunnen tot een bewegingsverlies van de bovenste nekwervels
en een afklemming van zenuwen in de schedelbasis leiden. De schedelbasis
bestaat bij baby's uit vier kraakbeenkernen. Deze kunnen beperkt worden in
hun beweeglijkheid en puur mechanisch een afklemming veroorzaken. De
(inklemming van de) zenuw die o.a. de darmen aanstuurt, laat de
darmkrampjes, winderigheid, obstipatie en reflux ontstaan. De (inklemming
van de) zenuw die de monnikskapsspier verzorgt, geeft de voorkeurshouding
van het hoofdje. De (inklemming van de) zenuw die de tongspier en het
gevoel achter in de keel verzorgt, laat de de drink- en zuigproblemen
ontstaan. Door lichte osteopathische behandelingstechnieken van de schedelbeenderen en de nekgewrichten wordt de irritatie op deze zenuwen weggenomen. Tot
de leeftijd van ongeveer 4 jaar zullen de hersentjes van een kind verder
groeien en uitrijpen. De prikkels van de zintuigen moeten goed verwerkt
worden. Bij een beperking van de
beweeglijkheid van bovengenoemde structuren wordt dit bemoeilijkt. Huilt u baby veel, dan is het logisch dat u twijfelt over de gezondheid van uw baby of over de voeding. Het kan zijn dat uw baby veel huilt, zich veel overstrekt, veel spuugt, slecht slaapt, maar toch prima gezond is en goed gevoed. Luistert u goed naar uw eigen gevoel en overleg met uw huisarts en andere deskundigen. Er is vaak niet één gouden tip, anders zouden er niet zoveel wanhopige ouders zijn. Zelfs na osteopatische behandelingen kan het huilen blijven voortduren. Daarom is het van belang dat deskundigen samenwerken. Een baby die pijn heeft gehad, heeft niet de kans gekregen om te leren slapen. De pijn is weg, maar intussen is de baby dood- en doodmoe en de ouders ook! De baby hoeft niet meer behandeld te worden, maar zijn ouders hebben nog steeds steun, vertrouwen en informatie nodig! Leest u als professional deze informatie, beseft u dan dat de gevolgen op psychisch, lichamelijk en sociaal gebied verder kunnen strekken dan dat u in eerste instantie zou denken. Het is ook belangrijk om onderscheid te maken tussen problemen op de korte en lange termijn. Naast verschil in huilgedrag noemen wij ook het verschil in vermoeidheid. Naarmate een baby vermoeider raakt, gaat hij steeds slechter slapen en steeds meer huilen. En van al dat huilen wordt hij weer vreselijk moe. Vermoeidheid wordt óververmoeidheid, bij baby en ouders. Binnen een paar weken na de geboorte kun je als gezin al in een vicieuze cirkel raken. Structurele oververmoeidheid heeft aandacht nodig, het kan o.a. het geven van borstvoeding (korte termijn) en het hechtingsproces (lange termijn) in gevaar brengen. Hoe je oververmoeidheid kunt voorkomen, verhelpen of er mee kunt leren omgaan, lees je op de pagina mogelijkheden. |
|
||||||||||||||||||||